Een nieuwe Rembrandt?

Daar sta je dan met een getuigschrift op zak. ‘Met vrucht de hogere graad, optie literatuur creatie gevolgd.’ ‘En wat ben je dan?’ zou je willen weten. Schrijver? Auteur?’ schreef ik in juli 2017. (hier) De jury had lovende commentaren op mijn eindwerk, Een nieuwe Rembrandt?, en die drie jaren ‘literaire creatie’ waren voorbij gevlogen. Boeiend, uitdagend … en zo zijn er nog wel superlatieven te bedenken. Maar stilvallen zat er niet in.

Ik ben al snel gestart met een vervolg op dat verhaal. Ik doopte het ‘Taxus Baccata’, vooralsnog een werktitel. Ondertussen dropte ik mijn eindwerk bij een viertal uitgeverijen. De antwoorden lieten niet lang op zich wachten: Helaas moeten wij u mededelen dat we voor uw voorstel geen plaats zien in ons fonds.

Wat moet je dan met zo’n mededeling? Dapper verder schrijven, vond ik, niet in het minst omdat schrijven, assembleren, compileren diep ingebakken zit. Ik moet.

Mijn tweede verhaal – om niet ‘roman’ te moeten gebruiken – vlotte erg goed. Toch bleef die Rembrandt knagen. Hoe meer ik erover nadacht en herlas, hoe meer ik wilde bijschaven, oplappen, opkuisen, fiksen … Die taxus heb ik dan op hold gezet en ik heb mijn eindwerk viermaal volledig herschreven. Daar gingen heel wat maanden overheen, maar wat een plezier was het om dit verhaal om te gooien en op te blinken, totdat ik uiteindelijk toch de knoop doorhakte: het was af. Het leek wel alsof ik bij elke nieuwe herlezing aanpassingen wilde blijven doorvoeren. Het moet toch eenmaal af zijn, nietwaar?

Titelblz RembrandtIk heb van mijn manuscript nog eerst een epub gemaakt, op mijn Ipad gedownload en via Ibooks een laatste maal gelezen, als was het mijn boek. (Hmm) Moet er nog aan toevoegen dat ik ondertussen tientallen thrillers, literaire en andere, verslonden heb. Kwestie van de stiel van het schrijven verder onder de knie te krijgen. Ook het boek van Paul Sebes & Willem Bisseling ‘Alweer een bestseller’, had ik achter mijn kiezen. Overigens met heel bruikbare tips wanneer je van plan bent om uitgeverijen aan te schrijven. Dat laatste deed ik ondertussen ook. Een tiental uitgeverijen kregen mijn manuscript in hun postvak. Ik heb me voorlopig toegespitst op uitgeverijen die akkoord zijn met een ‘gemaild exemplaar’. Van Halewyck heeft het al laten afweten, maar er blijven nog mogelijkheden. Vingers gekruist, zoals inspecteur Van Leeuwen in mijn ‘literaire thriller’ regelmatig doet.

Het zou een geschenk uit de hemel zijn, moest er ergens te lande (of in Nederland) een redacteur iets in mijn manuscript zien. Zou ik echter zonder een ‘contract’ stoppen met schrijven, mijn vulpen en notebooks opbergen en Scrivener – mijn schrijfprogramma – nooit meer openen? Over het antwoord moet ik niet lang nadenken: absoluut niet. D’r is nauwelijks iets zo boeiend dan met die zesentwintig letters te blijven priegelen totdat je met enige fierheid kan zeggen: ‘Dát, dat is van mij.’

Advertenties

Liefde voor boeken.

‘Echte liefde vind je in de boekhandel’, een boek geschreven door Veronica Henry. Nooit van gehoord,durf ik te bekennen. Nochtans heeft ze al een hele rist boeken geschreven. Een tweede bekentenis is aan de orde. Mijn interesse gaat niet echt uit naar boeken die de ‘romantische’ kant van onze maatschappij schetsen. En toch …

De reden waarom ik dit boek koos in onze plaatselijk stadsbib, is het onderwerp. Het beschrijft het wel en wee van een boekwinkel in een kleine gemeenschap. De eerste pagina’s beschrijven dat deze winkel in een abominabele toestand is achtergelaten door de vader van de protagonist. En ja, je weet het al snel, je proeft het gewoonweg, dit verhaal is er eentje met een happy ending. Normaal niet mijn ding, maar het gaat hier over een boekwinkel, en dan wil ik wel overstag gaan. Las nog niet zo lang geleden ‘Dagboek van een boekverkoper’, een boek waar ik van genoten heb, van de eerste tot de laatste bladzijde. Ook zo eentje over een boekwinkel.

Ik heb uiteraard geen idee wat het betekent om zo’n winkel te runnen, ik romantiseer waarschijnlijk het leven van de ondernemer die zo’n winkel uitbaat ‘om van te leven’, maar d’r dobbert bij mij op de achtergrond het idee dat zo’n uitbater ook ‘leeft’ voor het aan de man brengen van boeken, van klanten te begeleiden in hun aankoop, van tips te geven, van het blijven zoeken totdat hij of zij precies die ene titel te pakken heeft waar een klant al een hele tijd op zoek naar is. Kortom, ik lees verduveld graag boeken waar een boekwinkel de hoofdrol speelt.

Met dit boek dus, kwam ik wat dat betreft aan mijn trekken. Zeer vlotte stijl, het leest als een trein, zeggen we dan.

Helemaal op het einde van het boek schrijft de auteur: ‘Het hele punt van het leven was immers dat je nooit zeker wist wat er ging gebeuren. Soms was het iets goeds, soms niet, maar er zouden altijd verrassingen zijn.’

‘Echte liefde vind je in de boekhandel’, was zo’n verrassing.

Gwendy’s knoppenkist, een novelle die er mag zijn.

9200000098437714Een novelle in plaats van een klepper van een boek, je zou het van the King niet meteen verwachten. Het verhaal situeert zich in Castle Rock, een klein stadje, dat je – mits een knap uithoudingsvermogen – ook via trappen, beter gekend als ‘Suicide Stairs’, kan bereiken. Het is precies daar dat de 12-jarige Gwendy – zij gebruikt die ‘stairs’ voornamelijk om haar gewicht op peil te houden – in contact komt met een man, gekleed in het zwart én met een zwarte bolhoed. Je leest al vrij vroeg in het verhaal: ‘Later zal Gwendy nachtmerries over dat hoedje hebben.’ Een knappe cliffhanger.

Gwendy die begrijpelijkerwijze die man met bolhoed  wat op afstand houdt, krijgt van hem een houten knoppenkist. Eentje met in het totaal acht knoppen en twee hendeltjes, en aan de voorkant een gleuf. Ze krijgt er meteen een waarschuwing bij om vooral de zwarte knop niet te gebruiken. ‘Nu ja,’ schrijft S.K., ‘alle knoppen jagen haar angst aan, maar de zwarte is als een grote, donkere moedervlek; ontsierend en mogelijk kankergevoelig.’ Mooi omschreven. Ze krijgt ook nog een oproep van de man met de bolhoed, om er met niemand over te praten. Maar vervolgt S.K.: ‘… een geheim hebben is lastig, misschien wel het lastigste wat er bestaat.’

Gwendy kan niet voorkomen dat het kistje haar leven in een vervelende houdgreep vasthoudt. Voor de lezer blijft het tot aan het einde een open vraag, of dit kistje nu een toffe attentie is of een gesel wordt.

In het boek zijn een aantal mooie tekeningen geweven, mooi op zich, maar als lezer vind ik ze eerder storend. Ik wil zelf de beelden bepalen van mijn ‘film’.

Ik noem mijzelf zeker geen S.K.-kenner – heb er maar een paar gelezen – maar ik verwachtte meer spanning en griezel- of horrorelementen. Niet dat deze novelle tegenviel, ik bleef nieuwsgierig naar de afloop, wat toch de verdienste is van de auteur. Met andere woorden, Gwendy’s knoppenkist verdient voor mij vier sterren, een aanrader dus.

Recensie: ‘Het bleekblauwe handschrift van een vrouw’ door Werfel Franz.

werfel-bleekblauweAl van gehoord? Ik gok van niet, en dat is spijtig. Wat mij betreft, mag op hem en zijn schrijfsels een flinke spot gericht worden.

Werfel Franz, schrijver en dichter, geboren in Praag (1890) en gestorven in Beverly Hills (1945), heeft ondermeer “De veertig dagen van Musa Dagh’, een grote historische roman  op zijn teller staan. Het beschrijft de massamoord op de Armenen in 1915 door de Turken en behoort tot de hoogtepunten van zijn werk.

Het was echter niet dit magnum opus dat ik las, maar ‘Het bleekblauwe handschrift van een vrouw’, en dit op aanraden van een ex-collega die ook kan genieten van ‘taal an sich’. Geef toe, Het bleekblauwe handschrift van een vrouw, niet zo’n catchy titel, maar wat een betoverende novelle.

Op de eerste pagina’s loodst de vertaler, Marc Rummens, je gladjes doorheen enkele hoogtepunten uit Werfels leven. Zo maak je o.m. kennis met Alma Schindler, zijn Weense echtgenote en ex van Gustav Mahler, de bekende componist. Kwestie van dit boek te plaatsen in zijn volledige oeuvre én in de tijd, om je vervolgens naadloos onder te dompelen in een stilistische tuin van Eden.

Zinnen als:      ‘Door het getraliede en door wilde wingerd overschaduwde raam dringt de zon naar binnen met schaarse en stroperige honingdruppels’,

of deze:           ‘Haar gezichtje, dat uit maansteen gesneden leek, werd beheerst door de grote ogen die helemaal in de schaduw lagen. Hun verpletterende blauw onder de zwarte wenkbrauwen en wimpers leek wel verdwaald te zijn uit een koele verte’,

en ik doe er nog eentje bij:       ‘De slagen van een cavalerieaanval knetterden over de daken en door de straten. Ergens in het reusachtige gebouw van regen rolde de donderslag weg, er was geen bliksemflits aan voorafgegaan.’

En dit is maar het topje van de ijsberg. Je wordt gaandeweg gedragen door een sublieme taal, licht als een veertje, expressief en in een ritme dat je als lezer meeneemt in een wereld waarin de auteur zijn protagonist, Leonidas, in een onverkwikkelijk slippertje dropt, en dit tegen een achtergrond van de ‘Anschluss’ bij het Duitse Rijk, waarin, ook in deze novelle, vooral joden het gelag betalen. Dat slippertje wordt overigens uitvoerig uit de doeken gedaan. Het start met een brief waarop Leonidas het weelderige handschrift (titel!) van een eerdere relatie herkent. Zij doet in een noodkreet beroep op zijn hulp, en heer als ie is, hij gaat daar op in. Overigens met alle gevolgen vandien.

Een heerlijk boek, eentje om te koesteren en te herlezen. Slow reading uiteraard. Deze uitgave zal door zowat elke literatuurliefhebber gesmaakt worden én … het verdient echt wel een plek in onze stadsbibliotheek.

En de Hebban debuutprijs gaat naar …

Hebban debuut

Dit is ze dan, de shortlist van de Hebban debuutprijs 2018. Die shortlist is niet uit de hemel komen vallen. Honderd zorgvuldig geselecteerde hebbanadepten werden bereid gevonden om in twee maanden, 5 boeken te lezen, ze te quoteren én te recenseren. En weet je wie bij die honderd gelukkigen was? Wel … ‘ikke’!

Ik mocht in de longlist – twaalf boeken, bijeen gesprokkeld door de redacteuren van Hebban en die vind je hier – zelf één boek kiezen, vier werden er door de redactie opgelegd. Let wel, en dat werd op den duur een (kleine) marteling, de boeken die wij voorgeschoteld kregen, waren ‘e-books‘, de papieren kan je natuurlijk ook vinden. Geloof het of niet, maar wat was ik blij dat ik na die vijf e-books, eindelijk nog eens een papieren boek in mijn handen had. Hoe dan ook, dit is uiteindelijk mijn leeslijst geworden:

  • Jente Jong – Het intieme vreemde. (mijn nummer 1)
  • Annefleur van der Heiden – Klaproos.
  • Ellen de Bruin – Onder het ijs.
  • Laura van der Haar – Het wolfgetal.
  • Maarten van der Graaf – Wormen en engelen. (mijn keuze!)

De kritische lezer merkt al dat geen van deze vijf de top drie haalde. Verdomme! Maar goed, zo gaat dat nu eenmaal in een democratische verkiezing. Ben benieuwd welke het zal halen. Dat weten we op 30 september.

Ik geef je hieronder nog mijn eindbeoordeling mee, gemaild naar de jury. Kwestie van volledig te zijn, niet?

Omdat ik enorm kan genieten van mooie taal – soms is het verhaal voor mij zelfs ondergeschikt aan die taal – van poëtisch taalgebruik, zoals Jente Jong in haar roman ‘Het intieme vreemde’ meer dan behoorlijk aanwendt, komt zij voor mij met een straatlengte voor op nummer één.
Onmiddellijk gevolgd door Annefleur van der Heiden. In ‘Klaproos‘, een autobiografische roman, maakt zij gebruik van korte, ongecompliceerde zinnen, maar wist mij toch mee te loodsen doorheen dat akelige leven van haar hoofdpersoon. Leuke vondsten, gekruid met hier en daar wat galgenhumor, maakten van de korte hoofdstukken boeiende, soms ontroerende fragmenten uit het leven van Noor.
Van ‘Onder het ijs‘ van Ellen de Bruin, had ik meer verwacht. Ik hou van romans waarin de wetenschap een belangrijk aandeel heeft. De plotwendingen hebben mij meermaals op het verkeerde been gezet, wat ik overigens ook mag verwachten, maar de stijl en het taalgebruik zetten mij niet meteen in vuur en vlam. Vandaar die derde plaats.
Komt dan de vierde. Die is gereserveerd voor ‘Wolfgetal‘ van Laura van de Haar. Ik schreef reeds in het juryrapport dat ik mij doorheen dit (te dikke) boek gesleept heb. Haar voortdurende uitweidingen, zijsprongen in het verhaal, soms knap geformuleerd, waren niet altijd relevant en wipten mij regelmatig uit het verhaal, en dat vond ik erg vervelend. Nochtans heb ik heel wat mooie, poëtische zinnen gehighlight. Spijtig dat er geen vaart in deze roman zit, het kabbelt rustig verder. Ik wil meegesleurd worden! Dat we tussen de hoofdstukken door, een stukje van een autopsierapport te lezen krijgen, vond ik knap gevonden. Het prikkelt je. Als lezer wil je meer weten. Vraag me af of deze roman niet teruggebracht kan worden tot pakweg 250 blz.?
Tenslotte nummer vijf. Daar plaatste ik Maarten van der Graaff met ‘Wormen en engelen‘, mijn eigen keuze verdorie. Ik interesseer me in theologische vraagstukken, en moest dus niet lang nadenken om destijds mijn keuze te maken tussen de twaalf debuten. Maar ik heb me deerlijk mispakt. Ik heb zowat alle werken van Maarten ’t Hart meermaals verslonden, een auteur die prachtig kan verwoorden wat het betekende om in een religieuze, fundamentalistische omgeving te moeten opgroeien. Ik hoopte stiekem op een soort vervolg. Het gebruik van e-mails in deze roman vond ik bijzonder storend. Het verhaal sprong van de hak op de tak, ik vond het alvast moeilijk om volgen. Toch zitten er juweeltjes van poëtische zinnen in. Gelukkig maar.

hebban-debuutprijs-2018-longTenslotte. Wie ben ik, dat ik hier zomaar een top 5 uit mijn mouw kan schudden. Is het niet de auteur zelf die de god van zijn toetsenbord is? Moet ik me daar niet bij neerleggen, wetende dat er vele maanden, zo niet jaren, aan ‘het priegelen aan zinnen en woorden’ is vooraf gegaan? Wie ben ik om ‘Het intieme vreemde’ op de eerste plaats te katapulteren? Ik heb een enorme bewondering voor elke auteur die met zijn of haar debuut bewijst de stiel van het schrijven (min of meer) onder de knie te hebben. Elke uitgeverij die een debuut op de markt gooit, gelooft toch in zijn of haar schrijver, niet? Maar de lezer wikt en beschikt. Vandaar …

 

www.hebban.nl

hebbanWanneer lezen een passie is, wanneer je zonder te schrijven moeilijk(er) door het leven dartelt, dan is er www.hebban.nl, een website om vingers en duimen van af te likken. Nog niet zo lang geleden werd de kaap van 500.000 bezoekers per maand bereikt, wat betekent dat er dagelijks gemiddeld meer dan 16 500 literatuurliefhebbers reikhalzend uitkijken naar de laatste nieuwtjes in boekenland, die enkele toevallige bezoekers niet te na gelaten.

Hebban heeft enorm veel te bieden. Er is zowat voor elke lezer wel een plekje te vinden waar die zich kan nestelen én genieten.

Nu is het best mogelijk dat je jezelf verliest in het gigantische aanbod. Daarom kwam de hebbanredactie op de proppen met een soort van stappenplan, een ‘hoe-vind-ik-mijn-weg-op-hebban-gps’. Moest je als leesfanaat door de bomen het bos niet meer zien, klik dan gezwind  hier.

 

 

Ben jij een tijger? Een recensie.

9200000083433897De lezer kent Joost van Driel reeds van het succesvolle ‘In het museum’. Als debutant werd hij verschillende keren genomineerd, wat de verwachtingen voor zijn tweede roman – Jaren van de tijger – alleen maar hoog gespannen deden staan.

In Jaren van de tijger maak je kennis met Patrick, de protagonist, die als jonge leerkracht en promovendus aan de Leidse universiteit door het leven gaat. Hij wordt na een avondje stappen, met zijn vriendin Femke, in elkaar geslagen door enkele drankorgels. Op dat ogenblik komt Ines op de proppen, een studente die de Chinese vechtsport Bowuguan dermate beheerst, dat zij Patricks aanvallers ter plekke stof doet eten. Deze tussenkomst heeft een grote invloed op Patrick. Hij papt met Ines aan – overigens zonder medeweten van zijn vriendin – en besluit dan om mee les te volgen. Dat valt tijdens de eerste kennismaking erg tegen. Hij krijgt zowat alle hoeken van de vechtschool te zien, toch zet hij door. Hij wordt de beste maatjes met Ines en later ook met Steve, een Ier. Zoals te verwachten, gaat voor Patrick een nieuwe wereld open. Hij neemt de uitdaging met beide handen aan, Bowuguan is niet meer weg te denken uit zijn leven. Dat wordt echter niet in dank aangenomen door zijn vriendin, Femke. Wanneer Patrick alsmaar meer optrekt met Ines & Steve, en zijn lessen aan de vechtschool, zijn studie aan de universiteit op de achtergrond drukt, komt ook de relatie met Femke onder druk te staan. Patrick staat voor een belangrijke keuze. Komt Femke op de eerste plaats, of moet die wijken voor de vechtsport?

De cover van het boek valt overigens op. Het vuurrood met gele letters doet denken aan de Chinese vlag, meteen een aanknopingspunt met de vechtsport Bowuguan. De drie ‘scheuren’, veroorzaakt door de klauwen van een tijger (?), geeft misschien wel de manier aan waarop de protagonist, samen met zijn vrienden, door het leven scheurt.

Het is een boek over loslaten, over vriendschap en verlangens, over liefde en vechten. Het is geschreven vanuit de ik-persoon, het is Patrick die vertelt. De auteur weeft her en der prachtige zinnen door het verhaal, een taal die dit boek alleen maar op een hoger niveau tilt. Of het door dé literatuurliefhebber – bestaat die wel? – ook zo gesmaakt zal worden, valt af te wachten. Er gebeurt niet veel doorheen het verhaal. Hoe de protagonist en andere personages uiteindelijk hun verdere leven zullen invullen, laat de auteur over aan onze fantasie. Een open einde, dus. Ben er niet echt blij om, maar de schrijver blijft de god van zijn toetsenbord. Het boek leest makkelijk, ook al door de korte hoofdstukken en boeiende dialogen.

Ik las het met veel plezier en wil het zeker aanraden aan andere leesbeesten.