Mr Gwyn, een verrassend en heerlijk boek.

image.jpg
Alessandro Baricco blijkt een van de meest gevierde hedendaagse Italiaanse schrijvers te zijn, maar eerlijk, ik kende hem niet. Ik las zijn boek dat ik op het spoor kwam via hebban.nl.

De gevierde schrijver Jasper Gwyn besluit nog één artikel te publiceren. Dat doet hij in The Guardian. Hij heeft een lijst van 52 dingen bijeen gesprokkeld die hij zich voorneemt nooit meer te doen, zo schrijft hij. Eigenaardig genoeg staat op nummer 51 & 52: ‘Nooit meer boeken schrijven én nooit meer publiceren’. Tijdens de periode die volgt op deze beslissing (één of twee jaar?) kruipt hij zowat tegen de muren op van pure verveling. Blijkt dat hij het schrijven dus toch niet kan missen. Begrijpelijk, vind ik dan. Niet?
Om te kunnen voldoen aan voornemen 51 & 52, zoekt hij naar een wijze waarop hij toch aan zijn hartstocht kan toegeven. Dat doet hij door als kopiist – zo noemt hij zichzelf, geen schrijver! – mensen te beschrijven in ‘geschreven’ portretten.

Baricco is inderdaad een groot schrijver. Niet alleen is de plot heel verrassend, hij schrijft met een pen om van te genieten. Het boek is origineel, licht, sprankelend, speels. Hij beschrijft overigens de setting minutieus, zonder ooit te vervelen.
Als lezer blijf je met een heleboel vragen zitten, maar dat lijkt wel de bedoeling. Het verplicht je na te denken. Wie is die Mr Gwyn en waarom stopt hij met schrijven. Waarom maar tien klanten voor een portret en wat staat er in zo’n portret? Waarom verdwijnt ie zomaar van het toneel?
Hoe dan ook hoort dit boek bij jouw stapel ‘moet-je-zeker-nog-lezen’.

Advertenties

‘Echo’ van Thomas Olde Heuvelt.

Heb zopas ‘Echo’ van Thomas Olde Heuvelt verslonden. In Spanje, op het strand. Een ander werkwoord dan ‘verslonden’, dekt de lading niet. Whaauw, wat een boek.

Nick Grevers en zijn klimmaatje, Augustin, worden tijdens een klim aangetrokken door een berg, de Maudit, die, en dat vinden ze meer dan vreemd, nergens op het net wordt vernoemd of beschreven. Toch zetten ze door en beklimmen die berg. De gevolgen zijn akelig, eigenlijk komt godsgruwelijk meer in de buurt. Nick ontwaakt uit een coma. Zijn aangezicht is afgrijselijk verminkt en zijn vriend, Augustin, is dood. Tijdens de revalidatie proberen Nick en zijn partner Sam een verklaring te zoeken voor het hele gebeuren, met alle gevolgen vandien.

Vanaf hoofdstuk 1 tot en met blz 613 zit je in een literaire rollercoaster. Je wordt meegesleurd, ondergedompeld, kortom je maakt deel uit van een krankzinnig verhaal. Wanneer je het boek even neerlegt – eten, slapen en douchen moet sowieso gebeuren – knaagt die klepper zich holderdebolder op de voorgrond. Je wilt absoluut weten waar deze story je mee naartoe neemt, je verlangt ernaar, het wordt onderdeel van je dagelijkse beslommeringen. En dat maakt dit boek tot een absolute topper in zijn genre.

Te meer omdat je als literatuurliefhebber ook op gebied van taal meer dan aan je trekken komt. D’r staanjuweeltjes van zinnen in. Wat denk je van:

De bergen waren een wereld zonder het vernis van de beschaving en ik voelde de onweerstaanbare drang ze bloot te leggen.

Of deze:

Een schel, maniakaal gejank kwam neergedaald uit de sneeuw, zo dichtbij dat we alle drie in elkaar doken. Zo dichtbij dat het écht was geweest, dat het was doorgedrongen in het tekstiel van onze werkelijkheid en er een schreeuwende vlek in achterliet. (452)

Dit nog. Voordat ik van alle daken van de wereld, of misschien van hoge toppen, wil brullen: ‘Dit boek moét je lezen!’, wil ik nog kwijt dat ik, mét plezier, het sprankelende dankwoord achteraan in het boek las, en dat gebeurt zelden. Kortom, een boek om te koesteren.

Woman’s Murder Club.

E42F39F0-A21D-4422-A04F-23D383E8E8BBWanneer je ruim 260 miljoen boeken kan verkopen, hoor je bij een wel heel select clubje. James Patterson, auteur van thrillers voor volwassenen – alhoewel ik las dat hij ook boeken voor tieners en jongvolwassenen schrijft – hoort hier dus thuis.

D’r zijn onlangs een twintigtal boeken van zijn hand bij ons gedropt door iemand die grote opruiming hield. Joepie! Dit werd mijn eerste kennismaking met o.a. De Woman’s Murder Club. Die bestaat uit vier leden waaronder Lindsay Boxer, rechercheur moordzaken bij het San Francisco Police Department, én haar drie beste vriendinnen. Er wachten nog een hele rist boeken van de serie Alex Cross.  En whaaw … wat lezen die snel. Je bent er op stel en sprong doorheen, ze zijn spannend en blijven dat tot de laatste bladzijde. Onvoorziene plotwendingen en verschillende verhaallijnen verankeren de lezer aan het boek. Ik moet nu eenmaal weten hoe het afloopt, niet?

Wat je in die boeken echter niet moet zoeken is ‘mooie literatuur’. Ik lees meestal verschillende boeken tegelijk en zo dook ik van de Woman’s Murder Club regelmatig terug in Ilja’s Grand Hotel Europa. Het contrast kan niet groter zijn. Waar de 26 letters van ons alfabet eerder een praktische functie hebben bij Patterson – spanning opbouwen, cliffhangers inbouwen, enzomeer – worden diezelfde schrifttekens bij Pfeijffers Grand Hotel, omgesmeed tot juweeltjes die je nog eens en nog eens wilt lezen. Heerlijk.

Voor mij is Patterson een tussendoortje, maar wel een smakelijke.

 

Een nieuwe Rembrandt?

Daar sta je dan met een getuigschrift op zak. ‘Met vrucht de hogere graad, optie literatuur creatie gevolgd.’ ‘En wat ben je dan?’ zou je willen weten. Schrijver? Auteur?’ schreef ik in juli 2017. (hier) De jury had lovende commentaren op mijn eindwerk, Een nieuwe Rembrandt?, en die drie jaren ‘literaire creatie’ waren voorbij gevlogen. Boeiend, uitdagend … en zo zijn er nog wel superlatieven te bedenken. Maar stilvallen zat er niet in.

Ik ben al snel gestart met een vervolg op dat verhaal. Ik doopte het ‘Taxus Baccata’, vooralsnog een werktitel. Ondertussen dropte ik mijn eindwerk bij een viertal uitgeverijen. De antwoorden lieten niet lang op zich wachten: Helaas moeten wij u mededelen dat we voor uw voorstel geen plaats zien in ons fonds.

Wat moet je dan met zo’n mededeling? Dapper verder schrijven, vond ik, niet in het minst omdat schrijven, assembleren, compileren diep ingebakken zit. Ik moet.

Mijn tweede verhaal – om niet ‘roman’ te moeten gebruiken – vlotte erg goed. Toch bleef die Rembrandt knagen. Hoe meer ik erover nadacht en herlas, hoe meer ik wilde bijschaven, oplappen, opkuisen, fiksen … Die taxus heb ik dan op hold gezet en ik heb mijn eindwerk viermaal volledig herschreven. Daar gingen heel wat maanden overheen, maar wat een plezier was het om dit verhaal om te gooien en op te blinken, totdat ik uiteindelijk toch de knoop doorhakte: het was af. Het leek wel alsof ik bij elke nieuwe herlezing aanpassingen wilde blijven doorvoeren. Het moet toch eenmaal af zijn, nietwaar?

Titelblz RembrandtIk heb van mijn manuscript nog eerst een epub gemaakt, op mijn Ipad gedownload en via Ibooks een laatste maal gelezen, als was het mijn boek. (Hmm) Moet er nog aan toevoegen dat ik ondertussen tientallen thrillers, literaire en andere, verslonden heb. Kwestie van de stiel van het schrijven verder onder de knie te krijgen. Ook het boek van Paul Sebes & Willem Bisseling ‘Alweer een bestseller’, had ik achter mijn kiezen. Overigens met heel bruikbare tips wanneer je van plan bent om uitgeverijen aan te schrijven. Dat laatste deed ik ondertussen ook. Een tiental uitgeverijen kregen mijn manuscript in hun postvak. Ik heb me voorlopig toegespitst op uitgeverijen die akkoord zijn met een ‘gemaild exemplaar’. Van Halewyck heeft het al laten afweten, maar er blijven nog mogelijkheden. Vingers gekruist, zoals inspecteur Van Leeuwen in mijn ‘literaire thriller’ regelmatig doet.

Het zou een geschenk uit de hemel zijn, moest er ergens te lande (of in Nederland) een redacteur iets in mijn manuscript zien. Zou ik echter zonder een ‘contract’ stoppen met schrijven, mijn vulpen en notebooks opbergen en Scrivener – mijn schrijfprogramma – nooit meer openen? Over het antwoord moet ik niet lang nadenken: absoluut niet. D’r is nauwelijks iets zo boeiend dan met die zesentwintig letters te blijven priegelen totdat je met enige fierheid kan zeggen: ‘Dát, dat is van mij.’

Liefde voor boeken.

‘Echte liefde vind je in de boekhandel’, een boek geschreven door Veronica Henry. Nooit van gehoord,durf ik te bekennen. Nochtans heeft ze al een hele rist boeken geschreven. Een tweede bekentenis is aan de orde. Mijn interesse gaat niet echt uit naar boeken die de ‘romantische’ kant van onze maatschappij schetsen. En toch …

De reden waarom ik dit boek koos in onze plaatselijk stadsbib, is het onderwerp. Het beschrijft het wel en wee van een boekwinkel in een kleine gemeenschap. De eerste pagina’s beschrijven dat deze winkel in een abominabele toestand is achtergelaten door de vader van de protagonist. En ja, je weet het al snel, je proeft het gewoonweg, dit verhaal is er eentje met een happy ending. Normaal niet mijn ding, maar het gaat hier over een boekwinkel, en dan wil ik wel overstag gaan. Las nog niet zo lang geleden ‘Dagboek van een boekverkoper’, een boek waar ik van genoten heb, van de eerste tot de laatste bladzijde. Ook zo eentje over een boekwinkel.

Ik heb uiteraard geen idee wat het betekent om zo’n winkel te runnen, ik romantiseer waarschijnlijk het leven van de ondernemer die zo’n winkel uitbaat ‘om van te leven’, maar d’r dobbert bij mij op de achtergrond het idee dat zo’n uitbater ook ‘leeft’ voor het aan de man brengen van boeken, van klanten te begeleiden in hun aankoop, van tips te geven, van het blijven zoeken totdat hij of zij precies die ene titel te pakken heeft waar een klant al een hele tijd op zoek naar is. Kortom, ik lees verduveld graag boeken waar een boekwinkel de hoofdrol speelt.

Met dit boek dus, kwam ik wat dat betreft aan mijn trekken. Zeer vlotte stijl, het leest als een trein, zeggen we dan.

Helemaal op het einde van het boek schrijft de auteur: ‘Het hele punt van het leven was immers dat je nooit zeker wist wat er ging gebeuren. Soms was het iets goeds, soms niet, maar er zouden altijd verrassingen zijn.’

‘Echte liefde vind je in de boekhandel’, was zo’n verrassing.

Gwendy’s knoppenkist, een novelle die er mag zijn.

9200000098437714Een novelle in plaats van een klepper van een boek, je zou het van the King niet meteen verwachten. Het verhaal situeert zich in Castle Rock, een klein stadje, dat je – mits een knap uithoudingsvermogen – ook via trappen, beter gekend als ‘Suicide Stairs’, kan bereiken. Het is precies daar dat de 12-jarige Gwendy – zij gebruikt die ‘stairs’ voornamelijk om haar gewicht op peil te houden – in contact komt met een man, gekleed in het zwart én met een zwarte bolhoed. Je leest al vrij vroeg in het verhaal: ‘Later zal Gwendy nachtmerries over dat hoedje hebben.’ Een knappe cliffhanger.

Gwendy die begrijpelijkerwijze die man met bolhoed  wat op afstand houdt, krijgt van hem een houten knoppenkist. Eentje met in het totaal acht knoppen en twee hendeltjes, en aan de voorkant een gleuf. Ze krijgt er meteen een waarschuwing bij om vooral de zwarte knop niet te gebruiken. ‘Nu ja,’ schrijft S.K., ‘alle knoppen jagen haar angst aan, maar de zwarte is als een grote, donkere moedervlek; ontsierend en mogelijk kankergevoelig.’ Mooi omschreven. Ze krijgt ook nog een oproep van de man met de bolhoed, om er met niemand over te praten. Maar vervolgt S.K.: ‘… een geheim hebben is lastig, misschien wel het lastigste wat er bestaat.’

Gwendy kan niet voorkomen dat het kistje haar leven in een vervelende houdgreep vasthoudt. Voor de lezer blijft het tot aan het einde een open vraag, of dit kistje nu een toffe attentie is of een gesel wordt.

In het boek zijn een aantal mooie tekeningen geweven, mooi op zich, maar als lezer vind ik ze eerder storend. Ik wil zelf de beelden bepalen van mijn ‘film’.

Ik noem mijzelf zeker geen S.K.-kenner – heb er maar een paar gelezen – maar ik verwachtte meer spanning en griezel- of horrorelementen. Niet dat deze novelle tegenviel, ik bleef nieuwsgierig naar de afloop, wat toch de verdienste is van de auteur. Met andere woorden, Gwendy’s knoppenkist verdient voor mij vier sterren, een aanrader dus.

Recensie: ‘Het bleekblauwe handschrift van een vrouw’ door Werfel Franz.

werfel-bleekblauweAl van gehoord? Ik gok van niet, en dat is spijtig. Wat mij betreft, mag op hem en zijn schrijfsels een flinke spot gericht worden.

Werfel Franz, schrijver en dichter, geboren in Praag (1890) en gestorven in Beverly Hills (1945), heeft ondermeer “De veertig dagen van Musa Dagh’, een grote historische roman  op zijn teller staan. Het beschrijft de massamoord op de Armenen in 1915 door de Turken en behoort tot de hoogtepunten van zijn werk.

Het was echter niet dit magnum opus dat ik las, maar ‘Het bleekblauwe handschrift van een vrouw’, en dit op aanraden van een ex-collega die ook kan genieten van ‘taal an sich’. Geef toe, Het bleekblauwe handschrift van een vrouw, niet zo’n catchy titel, maar wat een betoverende novelle.

Op de eerste pagina’s loodst de vertaler, Marc Rummens, je gladjes doorheen enkele hoogtepunten uit Werfels leven. Zo maak je o.m. kennis met Alma Schindler, zijn Weense echtgenote en ex van Gustav Mahler, de bekende componist. Kwestie van dit boek te plaatsen in zijn volledige oeuvre én in de tijd, om je vervolgens naadloos onder te dompelen in een stilistische tuin van Eden.

Zinnen als:      ‘Door het getraliede en door wilde wingerd overschaduwde raam dringt de zon naar binnen met schaarse en stroperige honingdruppels’,

of deze:           ‘Haar gezichtje, dat uit maansteen gesneden leek, werd beheerst door de grote ogen die helemaal in de schaduw lagen. Hun verpletterende blauw onder de zwarte wenkbrauwen en wimpers leek wel verdwaald te zijn uit een koele verte’,

en ik doe er nog eentje bij:       ‘De slagen van een cavalerieaanval knetterden over de daken en door de straten. Ergens in het reusachtige gebouw van regen rolde de donderslag weg, er was geen bliksemflits aan voorafgegaan.’

En dit is maar het topje van de ijsberg. Je wordt gaandeweg gedragen door een sublieme taal, licht als een veertje, expressief en in een ritme dat je als lezer meeneemt in een wereld waarin de auteur zijn protagonist, Leonidas, in een onverkwikkelijk slippertje dropt, en dit tegen een achtergrond van de ‘Anschluss’ bij het Duitse Rijk, waarin, ook in deze novelle, vooral joden het gelag betalen. Dat slippertje wordt overigens uitvoerig uit de doeken gedaan. Het start met een brief waarop Leonidas het weelderige handschrift (titel!) van een eerdere relatie herkent. Zij doet in een noodkreet beroep op zijn hulp, en heer als ie is, hij gaat daar op in. Overigens met alle gevolgen vandien.

Een heerlijk boek, eentje om te koesteren en te herlezen. Slow reading uiteraard. Deze uitgave zal door zowat elke literatuurliefhebber gesmaakt worden én … het verdient echt wel een plek in onze stadsbibliotheek.